Maatregelen Prinsjesdag 2019 - WONINGMARKT

Dat het kabinet verregaande maatregelen zou nemen om de woningmarkt vlot te trekken, mag geen verrassing heten.

Tijdens Prinsjesdag werden deze plannen officieel gepresenteerd, hoewel het grootste deel al bekend was. De minister lijkt nu echt doordrongen van de ernst van de situatie op de woningmarkt, want zij trekt flink de portemonnee: de woningbouw krijgt een impuls van € 1 miljard en de woningcorporaties hoeven € 1 miljard minder verhuurderheffing te betalen als zij woningen bouwen.

Om het de starters aan de “vraagkant” makkelijker te maken, wordt onderzocht of de overdrachtsbelasting voor deze groep kan worden afgeschaft. 

Budgettaire impuls woningbouw

Met een impuls van 1 miljard euro wil het kabinet op het woningtekort inlopen en de bouwproductie meerjarig hoog houden. Er wordt een boost gegeven aan de bouw van betaalbare woningen, inclusief steun vanuit het Rijk voor infrastructurele ontsluiting. Uitgangspunt is het sneller bouwen van meer betaalbare woningen in schaarstegebieden, gericht op middeninkomens. Gemeenten en marktpartijen worden gevraagd en gestimuleerd hier aan bij te dragen.

Het aanjagen van de bouw via de verhuurdersheffing met een impuls van 1 miljard euro

Met deze heffingsvermindering in de verhuurdersheffing wil het kabinet woningcorporaties en andere verhuurders stimuleren om meer betaalbare (sociale huur- dan wel middenhuur-) woningen te bouwen. De impuls kan flexibel over de tijd worden ingezet. Ook komt er een vrijstelling voor de bouw van flexwoningen om snel extra woningen te realiseren.

Beleid voor een beter functionerende woningmarkt

Naast bovenstaande financiële impulsen wil het kabinet de slagingskansen voor starters, kwetsbare groepen, ouderen en lage- en middeninkomens vergroten. Naast het bouwen van woningen is aandacht nodig voor het behouden van betaalbare woningen in de bestaande huurvoorraad en een betere verdeling hierbinnen. Daarom wil het kabinet het aandeel van de WOZ in het woningwaarderingsstelsel beperken, scheefwonen aanpakken en de ruimte voor lokaal maatwerk voor woningbouwcorporaties vergroten.

(Overige) Maatregelen in het kort:

  • De overdrachtsbelasting voor starters wordt afgeschaft. Tegelijkertijd wordt deze belasting voor beleggers verhoogd. Het kabinet zal hier eerst onderzoek naar doen;

  • Min. BZK gaat onderzoek doen of een wettelijke zelfbewoningsplicht voor kopers van woningen mogelijk is;

  • Er komen strengere regels voor het verkrijgen van een hypotheek voor huurwoningen. Het gaat daarbij om hypotheken voor de investering in beleggingspanden;

  • Beleggers in woningen worden zwaarder belast in box 3 voor de inkomstenbelasting;

  • Tweeverdieners mogen voor de maximale hypotheek het hoogste inkomen met 80% in plaats van 70% vermeerderen ten opzichte van het lagere inkomen;

  • Energiebelasting op aardgas gaat omhoog. Daartegenover staat een dalen van de belasting op elektriciteit;

  • Scheefwonen wordt aangepakt: mensen met een hoog inkomen die in een sociale huurwoning wonen, gaan de komende jaren fors meer betalen;

  • De wet Hillen wordt verder afgebouwd, percentage daalt in 2020 naar 93,33%;

  • Het eigenwoningforfait daalt; in 2020 komt het tarief voor woningen tussen de € 75.000 en € 1.060.000 uit op 0,6%;

  • Ook de Hypotheekrenteaftrek wordt verder afgebouwd. Dat heeft vooral te maken met de invoering van het tweeschijvenstelsel.